Gastblog door cursist Carla de Graaff

In de voetsporen van Brenda

 

Ik loop de aankomsthal van het vliegveld van Malaga uit en zoek mijn nog onbekende medecursist Ellen. Zij rijdt met me mee naar de villa in Granada waar we deze week gaan leren hoe we het schrijven van ons levensverhaal gestructureerd kunnen aanpakken volgens de methode van Brenda van Es. Dankzij haar beschrijving Vijftig en blond herken ik Ellen zonder moeite.

 

Het ijs breekt onmiddellijk en eenmaal onderweg wisselen we koortsachtig verwachtingen en onzekerheden uit. Wie zullen de andere deelnemers zijn? Zouden zij al schrijven? En hoe zal Brenda zijn? ‘Ze klonk lekker concreet in haar mails en aan de telefoon, vond je niet?’

 

Na een kleine twee uur arriveren we, inmiddels volledig op de hoogte van elkaars levensverhaal, bij de huiselijke villa. Drie honden en Inma, de eigenaresse, verwelkomen ons hartelijk en als we even later geïnstalleerd zijn ploffen we neer op het terrasje naast de olijfboom en gaan aan de wijn.

 

Dan scheurt Brenda in haar blauwe Polo het terrein op, stapt uit en begroet ons op z’n Spaans met twee zoenen. Ze heeft twinkelende blauwgrijze ogen en draagt gouden ballerina’s. In haar kielzog volgt een en al vriendelijkheid Trea die, half hijgend, bekent dat ze, ondanks haar snelle witte BMW, behoorlijk heeft afgezien om Brenda bij te houden. Pas de volgende dag bij het ontbijt maken we kennis met spiritueel zakelijk sprankelende Maria Johanna, de al professioneel schrijvende, exotische Samira en de vluchtelingen op Lesbos helpende Jeanette.

Veiligheid en vertrouwen om mee te beginnen

‘Waar willen jullie over schrijven en wat hebben jullie nodig?’ begint Brenda de eerste sessie en we maken heldere afspraken over respect en veiligheid. 
What happens in Granada stays in Granada. Iedereen heeft een redelijk vastomlijnd idee over zijn boek, althans zo lijkt het. Na de lunch maken we een wandeling.

  

 

We gaan aan de slag en plakken ons verhaal.

 

 

Je verhaal aankijken

Om de beurt bespreken we de post-its en waar nodig is er ruimte om te verduidelijken. Ik zie er vreselijk tegenop en loop al de hele morgen rond met een dikke strot: ‘de emo-huig’ weten we al. Ellen gaat als eerste, ze houdt het niet droog en ik heb met haar te doen. ‘Hierna jij?’

 

Brenda neemt mij even apart en ik voel mijn bloeddruk tot ongekende hoogten stijgen. Het gaat nog redelijk tot ik moet vertellen over de dood van mijn vader.

 

Met de kracht van een vuurspuwende vulkaan spat mijn emo-huig uit elkaar.
 Ik snik, hik en stort de film die ik altijd op mijn netvlies draag eruit en verlies even elke vorm van decorum.

 

Jullie willen het leven schrijven en dus zul je je verhaal ook moeten kunnen aankijken, legt Brenda uit.

 

Gelukkig gaan we allemaal diep en iedereen blijft aanwezig zonder dat het therapeutisch wordt. Ze kijkt ons aan. ‘Het hoort bij je verhaal, we willen het leven schrijven en dus zul je het ook moeten aankijken. Dat betekent niet dat emoties er niet zullen zijn, natuurlijk wel, maar het betekent dat ze geen hoofdrol spelen. Niet schrijven vanuit de wond maar vanuit het litteken. Zo zegt Dorrestein het, en het is o zo waar.’

Locatie, locatie, locatie

De rest van de week zijn er veel hilarische, helende en hoopgevende momenten. Verrukkelijke klankschaalkwartiertjes, verrassende schrijfopdrachten en smakelijke uitstapjes. Lachsalvo’s en metaforen vliegen ons om de oren. We leren mijmeren, improviseren en inspireren elkaar.

  

 

‘Locatie, locatie, locatie….en lucht’. ‘Zorg dat je er vooral lol in hebt, dat je het goed hebt met je pen’, galmt het voortdurend na.

 

Brenda, steeds met blote voeten en beide benen op de grond.

 

Onder de bezielende warme leiding van soepele, maar op zijn tijd ook terecht strenge Brenda, steeds met blote voeten en beide benen op de grond,
 ontstaat een hechte eenheid in de verscheidenheid in onze groep. Op dag drie gloort zelfs iets van structuur aan de horizon. Laat dat nou precies de bedoeling zijn.

DE LAATSTE DAG

Zes zo verschillende vrouwen, zes zo verschillende verhalen met toch opvallend veel gemeenschappelijks. Met zelfvertrouwen, de belofte dat ons boek er gaat 
komen, een flaptekst en een schrijfplan nemen we dan toch voorlopig afscheid.

 

 

Wat een dierentuin aan coaches in jaren niet voor elkaar kreeg, bereikte Brenda in 6 dagen.

 

Als ik die middag met een hoofd vol indrukken terugrijd naar de kust voel ik me rijk en euforisch licht. Er hangen donkere wolken boven de Sierra Nevada, maar die laat ik achter me. De zon scheen lang niet altijd in Spanje maar ons briljantje Brenda zal voor mij voor altijd schijnen. Wat een dierentuin aan coaches in jaren niet voor elkaar kreeg bereikte zij in zes dagen. MIJN BOEK KOMT ER. Het juk viel van mijn schouders en er kwam een uiltje voor in de plaats:

Ik ga me laten horen!