Afgelopen winter was ik in Haarlem. Op een van de vele regenachtige dagen ging ik naar een lezing bij Bibliotheek op het Station. Ene Martijn werd aangekondigd als standup filosoof uit Drenthe, én hij scheen verknocht te zijn aan Haarlem en daar nu te wonen. ‘Dat moet een toffe peer zijn,’ dacht ik. Mijn eigen vent heeft soortgelijke roots, alhoewel hij eerder economisch is dan filosofisch. Er liep dus nóg een Drent in Haarlem (volgens eigen zeggen: uit de diepe binnenlanden van Drenthe). Dat was alles wat ik nodig had om Martijn Aslander al te omarmen voordat hij ook maar een woord had gezegd.

 

Ik had geen idee waar zijn lezing over zou gaan en precies dát, was zijn kern. Dat begreep ik natuurlijk niet direct. Hij vertelde over een wild idee dat hij eens had. Samen met 14.000 vrijwilligers bouwde Aslander in 2002 handmatig het grootste hunebed ter wereld. Een idioot idee, maar het lúkte hem. Waar ik vooral blij van werd, was toen het onderwerp van zijn lezing meer een meer duidelijk werd. Hij zei: ‘we moeten leren te leren,’ gevolgd door de magische woorden, ‘het belang van klooien wordt onderschat’.

 

Ik voelde verzet. Klooien?! Ik kom uit het tijdperk dat leren betekent: met je neus in de boeken. Uren studeren. Klooien klonk als ‘maar wat aan rommelen’. Maar toen hij verder vertelde over klooien en het woord afwisselde met aanrommelen en ondergaan, zag ik wat hij bedoelde. Door het te ondergaan, leer je.

 

Klooien onder bezielende leiding

Toen ik begon met het schrijven van levensverhalen wist niet of ik het kon. Ik wist al helemaal niet of ik het kon vanuit Spanje. Geklooid, dat heb ik! Ook voorafgaand aan 100 Jaar Na Vandaag. Vooral toen.

 

In 2010 ontmoette ik een groot meester. Voor mij was hij de Koning van het interviewen. Hij liet me zien wat hij deed als hij een gesprek voerde. Jaren mocht ik met hem werken, het was training on the job. Ik zag hoe hij verbinding maakte met zijn gesprekspartner. Respect en vertrouwen waren altijd aanwezig. Zonder die twee komt er geen ‘levensechte verhaal’ boven tafel.

 

Van hem leerde ik hoe je verhaallijnen naar boven laat drijven: niet verzinken in de details, die komen later, maar eerst de grote lijnen zien. Ik zag waar hij stuurde in het gesprek, hoe hij zocht naar spanning. Hoe hij de ander uitnodigde te praten en zich een weg wurmde naar die ‘ene quote’ die voor het verhaal zo belangrijk was. Hij wist de essentie zichtbaar te maken en er daarna bangelijk eenvoudig samenhang in aan te brengen.

 

Maar als ik vervolgens de boel uit ging schrijven, schreef ik veel te veel. Allemaal zinnen over dat wat er helemaal niet toe deed. Het werd onverbiddelijk door hem doorgestreept om het mij vervolgens opnieuw te laten doen. Veel beter werd het dan vaak nog niet. ‘Gooi dit hele stuk maar weg en schrijf het opnieuw. Beknopter, treffender, vanuit een ander perspectief.’ Hij daagde mij uit, ik moest telkens weer een sprong wagen. Hij liet me onder zijn bezielende leiding klooien, net zolang totdat ik doorzag wat de essentie was en waar de spanning zat van een verhaal.

Speeltuin van de taal

Loepzuiver schrijven, dat kost tijd. Cursisten die naar een schrijfweek komen, weten dat. Wat Aslander klooien noemt, noem ik spelen in de speeltuin van de taal. ‘Hang er rond, klim op het rek en val er uit, draai je misselijk’, zeg ik dan. ‘Sterker nog, verlies duizend keer je evenwicht op de evenwichtsbalk. Het mag, nee, het móet. Ga een hoop proberen om daar te komen waar je wilt komen.’

Vaak geeft het woord speeltuin een gevoel van vrijheid maar als je 8 keer uit het rek gevallen bent, is het geen vrijheid meer, geloof mij. Dan voel je alleen nog maar ‘dat je aan het klooien bent’, compleet met pijnscheuten en gedoe. Ergens past zo’n stevig werkwoord als klooien wel:  je zoekt je grenzen op. Ook voor je boek!

Spelen, prutsen of klooien = leren

Rake bewoordingen leer je te vinden door het schrijverspad op te gaan. Begeleid door een mentor, een coach of een rode-draden-expert die jou respectvol laat spelen, prutsen of klooien. Noem het zoals je wilt. Laat het iemand zijn die je aanmoedigt. Die in je gelooft. Die je ook eerlijk zegt dat je de kantjes ervanaf loopt. Die je een zetje geeft. Die er bij is als je valt en je complimenteert als je weer opstaat. Die de richting wijst. Die ziet dat je boven je eigen kunnen uitgestegen bent. Die weet waar jouw focus- en wilskrachtknoppen zitten. Kortom, iemand die jou voluit en liefdevol laat klooien.

Je levensverhaal schrijven, waarom zou je?

Verwacht vooruitgang

Wil je je boek schrijven? Leer door te klooien, volg cursussen (zoals deze gratis online cursus), laat je uitdagen. Verwacht dat je hele lappen tekst zult gaan herschrijven. Verwacht dat er doorgestreept zal worden, maar bovenal: verwacht vooruitgang in je schrijven.

 

Op naar jouw boek,

Meer gratis inspiratie om (eindelijk) je boek schrijven?

Heb jij het gevoel dat het tijd is om je boek te schrijven? Om je schrijfdroom waar te maken? Niet rondlopen met het idee van een boek, maar het echt gaan doen? Laten we starten, meld je vandaag nog aan voor de gratis online schrijfcursus. Doe je mee? Al 2.409 mensen gingen je voor!